Hepetologische waarnemingen op Kreta

De onderzochte plekken op Kreta

                                                                                                                          Tekst en foto's Jelle Hofstra

Inleiding

Een aantal jaren terug verbleven mijn vrouw en ik in de maand mei twee weken op het Griekse eiland Kreta. We hadden gekozen voor het badplaatsje Stalis (Stalida), ongeveer 45 km ten oosten van de hoofdstad Heraklion (1). Vanzelfsprekend maakten we daar ook de nodige herpetologische uitstapjes. Aangezien er alleen overdag naar dieren werd gezocht, zijn de vooral 's nachts levende Gekko's niet aan bod gekomen.

 

STALIS
Bijna dagelijks werd een ronde gelopen rond het plaatsje Stalis (2), waarbij ook het berglandschap niet werd vergeten. Dit berglandschap is begroeid met overwegend stekelige struiken, met hier en daar een boom en bezaaid met rotsblokken. De talloze betreden slingerpaadjes en de resten houtskool wezen erop dat het gebied in het hoogseizoen druk wordt bezocht. Wij troffen er dan ook weinig dieren aan.

Jonge Reuzensmaragdhagedis

Reuzensmaragdhagedis

Eén van de weinige hagedissen die hier wel werd aangetroffen was de ondersoort van de Reuzensmaragdhagedis Lacerta trilineata polylepidota. Deze ondersoort, die ook op de eilanden Kythera en Theodore voorkomt, blijft kleiner dan de nominaatvorm. De mannelijke dieren zijn uniform heldergroen van kleur en hebben in de paartijd een blauwe keel, zodat ze veel op de gewone Smaragdhagedis Lacerta viridis viridis lijken. De vrouwtjes hebben lichte vlekken op de flanken, terwijl opvallende witachtige strepen vanaf de achterzijde van de kop naar de staart lopen. Jonge en halfwas dieren zijn gewoonlijk bruinachtig van kleur en vaak met drie of vijf smalle lichte lengtestrepen. De dieren die op de meest onverwachte momenten opdoken, waren door de hoge temperaturen vliegensvlug. Voor men ook maar naar de fotocamera kon grijpen waren ze alweer verdwenen. Toch is het mij gelukt enkele goede foto's van deze fraaie dieren te maken. Eén volwassen dier was praktisch elke dag op exact dezelfde plek te vinden. Jonge dieren waren iets talrijker dan volwassen dieren. Ook in wegbermen werden zowel volwassen als halfwas dieren gezien. In de onmiddelijke nabijheid van de menselijke omgeving schijnen de dieren nogal eens slachtoffer te worden van huisdieren. In de eerste dagen kwamen in Stalis bij mij al meldingen binnen van gedode dieren. Eénmaal werd een dier gedood door een kat en éénmaal door een hond. In geen van beide gevallen werd na lang zoeken het dode dier nog terug gevonden.

 

 

 
Door stenen te keren kan de Parelskink worden gevonden

Parelskink

De Parelskink Chalcides occelatos occelatos schijnt op Kreta zeer talrijk te zijn. Hoewel 's ochtends vroeg talloze sporen van deze hagedissen op het strand waren te zien, werden slechts enkele dieren gevonden. Eén dier lag te zonnen aan een asfaltweggetje, tegen een muurtje van een wegonderdoorgang. Bij mijn aankomst op de toen al snikhete ochtend verdween het dier in zijn schuilplaats en werd de rest van de vakantie niet teruggezien. Verder werden enkele dieren gevonden bij het keren van stenen. De totale lengte van de dieren bedroeg ruim 20 cm; de kleur was bruinachtig, een kleur die overigens in het geheel niet overeenkomt met de tekening in Elseviers Reptielen- en Amfibieëngids (Arnold, Burton en Ovenden, 1978). Dit werd ook steeds door de bewoners van Kreta beaamd. Een Griek toonde mij de juiste kleur door een fles bruinachtige olijfolie tegen het licht te houden. Zover ik begrepen heb noemen de bewoners dit dier 'Liaconi' (spreek uit als Jaconi) anderen noemden het dier 'Safra' (= hagedis) en ze denken dat het dier erg giftig is. Toen ik een aantal Grieken vroeg om het 'levensbedreigende' dier eens aan te wijzen in de gids, wezen ze soms de Spaanse skink Chalcides bedriagae aan, die overigens alleen voorkomt op het Iberisch schiereiland, of ze wezen de Johannesskink Ablepharus kitaibellii aan, die beiden inderdaad qua kleur meer op het dier leken. De Johannesskink komt echter niet voor op Kreta, maar bewoont een eilandje in de baai van Agis Nicolaos. Slechts twee personen, die mij overigens het meest deskundig toeleken, wezen zonder aarzeling Chalcides o. occelatus in de gids aan.

De dode Balkantoornslang

Balkantoornslang

Een dood exemplaar van de Balkantoornslang Coluber gemonensis werd in Stalis achter een typisch voor Kreta van paaltjes opgetrokken bushokje gevonden. Het dier was 74 cm lang en zo te zien en te ruiken al enkele dagen dood. De doodsoorzaak was niet duidelijk, al leek het – gezien de verwondingen – geen verkeersslachtoffer. Het zou mij niet verbazen dat het dier was doodgeslagen, gezien de panische angst die de meeste bewoners van het eiland hebben voor alles wat kruipt. Een tweede dood gevonden slang van deze soort was wel een verkeersslachtoffer. Het dier was door het denderende verkeer geplet tot een dikte van enkele millimeters. De Balkantoornslang is een uiterst snelle, niet giftige slang, die leeft in gebieden met struikgewas, wijngaarden, overgroeide ruïnes, open bossen, wegbermen e.d. en is overdag actief. Dat het dier zijn naam eer aan doet, heb ik ondervonden. Een gevangen dier zette zijn tandjes in mijn pink en liet niet meer los. Al kauwend drongen de vlijmscherpe tandjes steeds dieper en steeds pijnlijker in de pink, tot dat deze heftig bloedde. Pas na een minuut kauwen vond het dier het welletjes. De videobeelden die mijn vrouw van het voorval maakte zijn overigens erg fraai geworden.

 

 

Een handvol jonge diertjes van de Kaspische Beekschildpad

MALIA

Kaspische beekschildpad

Het badplaatsje Malia (3) ligt ongeveer vijf km ten oosten van Stalis. Van een familielid hadden we reeds gehoord dat hier een klein beekje uitmondt in zee, waarin zich schildpadden ophielden. Men hoefde per fiets de strandweg maar te volgen. Dit bleek inderdaad juist te zijn. Meteen na aankomst zagen we dat een Kaspische beekschildpad Mauremys rivulata min of meer lag te zonnen en zich ijlings in het zeer heldere water liet glijden. Het bleken erg schuwe dieren te zijn, maar na een poosje telden we toch vier verschillende schildpaddenkopjes die boven water uitstaken. Bovendien zorgde het toerisme – dat blijkbaar goed op de hoogte was van het voorkomen van deze dieren hier – dat de schildpadden niet echt aan land kwamen. We besloten de volgende ochtend vroeg ons geluk nog eens te beproeven. Dit bleek een succes te zijn. Het lukte ons zelf een tweetal dieren te vangen. De dieren lieten zich vrij gemakkelijk overmeesteren omdat ze nog zeer traag waren en vermoedelijk pas uit de toch vrij koele bergbeek op het land waren gekropen. Het grootste dier had een schildlengte van ongeveer 15 cm. Het andere dier - een jong nog – was ongeveer 8 cm. Het grootste dier scheidde een doordringende, naar muskus ruikende geurstof af. Aangezien de zee zich op ongeveer 150 meter afstand bevond, zal het water waarin de dieren zich ophielden brak zijn geweest.
Op een ochtend vond ik op de walkant van hetzelfde watertje zelfs vijf jonge diertjes die naar schatting pas enkele weken oud moesten zijn. Ook vonden we tal van zonnende Beekschildpadden in een sloot, parallel lopend aan de strandweg, maar vanaf deze weg niet zichtbaar. Zittend op een primitief houten flondertje met boven ons de brandende zon, zagen we de dieren – zowel jong als oud – onder ons door zwemmen. De dieren schijnen erg goed tegen brak en zelfs vervuild water te kunnen. In kleine watertjes en stroompjes, die na verloop van tijd opdrogen, houdt het dier vaak een zomerslaap.

Een Groene pad die werd gevonden in de bananenloods

Groene pad

Op de vroege ochtend op weg naar Malia ontdekten we een platgereden Groene pad Bufo viridis viridis. Gezien de grootte van het dier zal het een vrouwtje zijn geweest. Toen ik dit voorval kenbaar maakte aan een bareigenaar waar we even op het terras verbleven, maakte hij duidelijk dat het hier wemelde van deze dieren. Ik hoefde maar rond zijn huis te lopen en enkele stenen te verplaatsen. Deze zoektocht leverde door de heersende droogte overigens niets op. Op aanwijzing van de bareigenaar werd toen een terrein onderzocht wat - gezien de bodemstructuur - tijdelijk onder water had gestaan. Het terrein was overwegend begroeid met een bamboe-achtige rietsoort Arundo donax. Enkele bewoners hadden hier een moestuin aangelegd en het geheel werd gecompleteerd door een grote, met plastic overtrokken loods waar bananen werden gekweekt. Ondanks de grote hitte werd toch maar begonnen enkele stenen om te keren, wat ongeveer tien minuten later resulteerde in de vondst van een exemplaar. Dit bleek vermoedelijk ook het enige dier op dit terrein te zijn. Besloten werd ons geluk eens te beproeven in de bananenkas. Hier werd regelmatig gesproeid en de luchtvochtigheid was dan ook erg hoog. Een zeer vriendelijke en belangstellende Griek gaf ons toestemming voor ons onderzoek. Bij het optillen van gesnoeide bananenbladeren werden al gauw de eerste dieren gevonden. Onze speurtocht was echter van korte duur omdat de atmosfeer in de kas voor ons nauwelijks te harden was.

Katslang

Hoewel de Katslang Telescopus fallax pallidus niet werd gevonden, wil ik hem toch vermelden. Als de bewoners van het eiland doorkregen dat ik me bezig hield met slangen – wat ze eigenlijk als een afwijking beschouwden – werd de Katslang het gesprek van de dag. De Katslang – een schemering- en nachtdier - is een kleine slang van 60 tot 70 cm met een verticale pupil. De beet is licht giftig, maar onschuldig voor de mens. De Grieken op Kreta noemen het dier 'Oxia' (spreek uit als Osjà) en zijn van mening dat het dier erg gevaarlijk is. Ze beschouwen het dier als dodelijk en iedereen weet wel een of ander luguber verhaal te vertellen. 'Oxia' is echter de naam van de zeer giftige Ottoman-adder Vipera xanthina, een dier dat overigens niet op Kreta voorkomt. De meeste Grieken die ik de reptielengids voorhield om 'Oxia' aan te wijzen, wezen de meest willekeurige slangen aan, zelfs dieren die op Kreta niet voorkomen.

Het kleine meertje van Mochos

 

MOCHOS

Het plaatsje Mochos ligt in de bergen en volgens de bewoners op een hoogte van 250 tot 300 meter en op 9 km afstand van Stalis. In het achterland ligt een meertje met een doorsnede van een kleine 100 meter, dat alleen bereikbaar is via twee zeer slecht begaanbare, onverharde en stoffige wegen. Zonder aanwijzingen van de plaatselijke bevolking zal dit water voor de toerist dan ook onopgemerkt blijven. In de wintermaanden wordt hier het van de bergen afkomstig regenwater verzameld om in het voorjaar en zomer gebruikt te worden om de omliggende wijn- en olijfgaarden van het nodige water te voorzien. Rond het meertje staan enkele pompen die door benzinemotoren worden aangedreven, terwijl het water door slangen met een diameter van 5 à 6 cm wordt aangezogen. Het lijkt mij dat de bewoners van het water zoals vissen, amfibieën en reptielen die worden opgezogen, nauwelijks nog een kans maken het er levend af te brengen. In de herfst is zoveel water verbruikt en verdampt, dat op enkele kuilen na het meertje droog komt te liggen.
's Ochtends vroeg gebracht met zijn auto en terug gekomen op de mountainbike van onze Griekse vriend Jiannis Frudarakis, heb ik daar bijna zes uur lang, onder een brandende zon die voor meer dan 30°C in de schaduw zorgde, kikkers, slangen en schildpadden geobserveerd.

 

 

 

De groene kikker is erg variabel van kleur

Grote groene kikker

Van het groene kikkercomplex (Rana esculentacomplex) komt op Kreta maar één soort voor en wel Rana cretensis, een vorm die een aantal jaren geleden is onderkend. Van verre was het gekwaak van deze soort al te horen en sprongen er werkelijk tientallen dieren voor mijn voeten vandaan, meestal onder het slaken van een piepende kreet, het water in. Hoewel veel dieren olijfachtig-grijs van kleur waren, was de kleur toch erg variabel. Zo zag ik dieren die op de rug prachtig grijsgemarmerd waren, roodbruin gekleurde dieren, mosgroene dieren met geelachtige dorsolaterale lijsten en zelfs een heldergroen dier, dat in een Hollandse sloot niet zou hebben misstaan. De kopromplengte varieerde van ongeveer 4 tot 9 cm. Helaas had ik geen attributen bij mij om enkele van de tientallen kikkervisjes te vangen en te determineren. Zo op het eerste gezicht leken het allemaal larven te zijn van de Grote groene kikker.

 
De Boomkikker van Kreta

Boomkikker 

Nauwelijks op de plek van bestemming aangekomen hoorde ik – boven het gekwaak van de groene kikker uit – de roep van de Boomkikker Hyla arborea kretensis van verschillende kanten komen. Om deze dieren op het geluid te benaderen en op te zoeken bleek niet mogelijk. Reeds op tal van meters afstand verstomde het gekwaak en zoeken in het gebladerte bleek gekkenwerk. Na een poosje te hebben gelopen zag ik in het nog natte gras plotseling een felgroene Boomkikker springen. Even later vond ik tal van dieren in de bladoksels van de eerder genoemde rietsoort. De dieren zaten in de felle zon en lieten zich gemakkelijk van het blad plukken. Ik heb gekeken of ik tussen de kikkervisjes nog larven van de Boomkikker kon vinden. De larven zijn door de hogere inplant van de staartzoom op het oog wel van de larven van de groene kikker te onderscheiden Ik heb ze echter niet kunnen ontdekken.

 

Het schild van de gevonden klokschildpad.

Schildpadden en faunavervalsing

Ook in het meertje bij Mochos staken tal van slanke kopjes van de Beekschildpad boven het water uit, terwijl ook een aantal zonnende schildpadden zich door mijn aanwezigheid reeds op grote afstand in het water lieten glijden. Ook hier bleken het vrij schuwe dieren te zijn die zich nauwelijks lieten benaderen. De lengte van de volwassen dieren schatte ik op ongeveer 20 cm. Met de fotocamera in de aanslag heb ik tijdenlang in de meeste vreemde en krampachtige houdingen gezeten, zonder ook maar het geringste resultaat. Zo zittend aan de rand van het water werd nog wel een zwemmend jong van Mauremys rivulata van enkele centimeters waargenomen, maar dit diertje was minstens zo schuw als de oudere dieren.
Het meest merkwaardige was wel toen ik plotseling een vrouwelijke Roodwangschildpad Trachemys scripta elegans van ongeveer 15 cm lengte ontdekte. Deze vorm van faunavervalsing lijkt mij hier verre van onschuldig. In tegenstelling tot Nederland, waar in elk water wel een Roodwang voorkomt, lijkt mij het klimaat op Kreta uitermate geschikt voor de exoot om tot voortplanting te komen, wat dan ongetwijfeld ten koste van de inheemse dieren zal gaan. Op Kreta worden wel vaker dieren gevonden die daar waarschijnlijk niet thuishoren. Zo vond ik het schild van een halfvergane Klok- of Breedrandschildpad Testudo marginata in een verwilderde tuin in Stalis. Ook deze landschildpad is een soort die hier ook van nature niet schijnt voor te komen. Later zou blijken dat dit de eerste melding van een gevonden Breedrandschildpad op Kreta was.

De Dobbelsteenslang is een onschuldig dier

Dobbelsteenslang

De Dobbelsteenslang Natrix tessellata tessellata liet zich in en bij het meer veelvuldig zien. De dieren lagen op de walkant of op de takken van de bamboebosjes boven het water te zonnen. Bij de minste verstoring gleden ze in het water of lieten zich vanaf de takken in het water vallen. Ik schatte de lengte van de grootste exemplaren op ongeveer een meter. De meeste dieren waren vrij donker van kleur, tegen het zwarte aan, terwijl de onderzijde vuilwit kleurde. Terwijl ik aan de walkant zat zwommen enkele exemplaren op nog geen 30 cm afstand langs mij heen op zoek naar voedsel. Dobbelsteenslangen zijn overwegend viseters, al worden ook wel amfibieën tot zich genomen. Behalve een school uitgezette Goudkarpers heb ik in het meertje echter geen vis kunnen ontdekken, hoewel ze er ongetwijfeld zullen zitten. Een door mij gevangen slang van ongeveer 70 cm lengte, deed – na eerst de darminhoud over mijn handen te hebben gespoten – verwoede pogingen om te ontsnappen door snelle draaiende bewegingen rond de lengte-as te maken, iets wat ik van de gewone Ringslang Natrix natrix niet ken. Twee jonge dieren van ongeveer 30 cm werden nog gevonden, toen een door een tuinder achtergelaten plasticzak werd opgetild. De jongen zijn het evenbeeld van de volwassen dieren. Verder vond ik nog een dood exemplaar dat door een Griek aan een scherpe bamboestok was gespietst.

Dankbetuiging

Graag zou ik dank willen betuigen aan onze Griekse vriend Jiannes Fruderakis, die, hoewel hij een panische angst had voor reptielen, kosten noch moeite spaarde om het uitoefenen van onze hobby op dit eiland mogelijk te maken.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

10.07 | 10:24

Dag Pieter je kunt mij altijd mailen: jelhofstr@ziggo.nl

...
09.07 | 22:35

Beste Jelle,ik zou graag met je in contact willen komen.Ik heb een Otterman adder gezien op het Griekse eiland Andros.Helaas een verkeersslachtoffer.

...
19.04 | 22:23

Prachtig om te zien, en alle leuke (vogel) soorten zijn te zien of te horen.
Leuk gefilmd, met ook de persoon. complimenten.

...
16.10 | 18:19

Deze Kaspische Toornslang komt ook voor in Macedonië en Albanië rond het meer van Ohrid. Het is een agressieve maar voor de mens ongevaarlijke slang.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE